Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
2.Het geschil
3.De beoordeling
980,00
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze zaak vordert de pluimveehouder betaling van een bedrag van €216.852,95 voor geleverde eieren in 2018, terwijl de opkoper zich beroept op opschorting en verrekening vanwege schade door levering van met fipronil besmette eieren.
De feiten betreffen leveringen van eieren door de pluimveehouder aan de opkoper, waarbij in 2017 bleek dat een schoonmaakbedrijf verboden fipronil gebruikte, wat leidde tot een blokkade van levering door de NVWA. De opkoper stelt een schadeclaim van ruim €430.000,- en weigert betaling van het voorschot, stellende dat er verrekening en opschorting mogelijk is.
De voorzieningenrechter oordeelt dat opschorting alleen kan bij voldoende samenhang en opeisbaarheid van de tegenvordering, welke onvoldoende aannemelijk is. Ook de verrekening wordt afgewezen wegens gemotiveerde betwisting en noodzaak van nader bewijs. Het spoedeisend belang van de pluimveehouder is voldoende aangetoond en het restitutierisico nihil.
Daarom wordt de opkoper veroordeeld tot betaling van het gevorderde bedrag en de proceskosten, en wordt het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De opkoper wordt veroordeeld tot betaling van €216.852,95 aan de pluimveehouder en in de proceskosten.