Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 4 oktober 2018 van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , te [vestigingsplaats] , eiseres,
de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
,verweerder.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres exploiteert een diepvriesmagazijn met een zuurstofpercentage van 15,9%, waarbij de staatssecretaris een eis stelde om het zuurstofgehalte te verhogen tot minimaal 18 volumeprocent, met een lagere grens van 17% onder voorwaarden. Eiseres betwistte dit, stellende dat het lagere zuurstofgehalte veilig is vanwege kortdurende blootstelling en aanvullende veiligheidsmaatregelen.
De rechtbank overwoog dat het zuurstofpercentage van 15,9% onder de wettelijke grens van 18% ligt, waardoor sprake is van verstikkingsgevaar ongeacht de duur van blootstelling. De lagere grens van 17% is aanvaardbaar in gecontroleerde situaties mits aanvullende maatregelen worden getroffen. De door eiseres aangevoerde literatuur en risicoanalyses overtuigden de rechtbank niet van het ontbreken van gezondheidsrisico's.
De rechtbank concludeerde dat de eis van de staatssecretaris redelijk is en dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat het niet mogelijk is om aan de eisen te voldoen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de veiligheid van werknemers werd als zwaarwegend beschouwd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de eis tot het handhaven van het zuurstofpercentage van minimaal 17-18% blijft van kracht.