Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- het proces-verbaal van de terechtzitting van de enkelvoudige kamer van 16 augustus 2018, waarin in opgenomen het door de gemachtigde van verzoekster mondeling gedaan wrakingsverzoek, gericht tegen mr. R.A. Karsten-Badal, behandelend rechter van na te noemen zaak;
- de van mr. Karsten-Badal op 26 augustus 2018 ingekomen schriftelijke reactie op dit verzoek;
- de brief van 24 augustus 2018 van de gemachtigde [gemachtigde] namens de Raad van Bestuur van het [verweerder] , verweerder in de hierna te noemen procedure;
- de processtukken zoals opgenomen in het zaakdossier van die procedure, en
- de behandeling van het wrakingsverzoek door de wrakingskamer op 30 augustus 2018, waarbij zijn verschenen namens verzoekster haar gemachtigde [gemachtigde 1] en mr. Karsten-Badal. Zoals aangekondigd in de hiervoor aangehaalde brief van 24 augustus 2018, is namens het [verweerder] niemand verschenen.
2.Het verzoek
3.De feiten en de gronden van wraking
4.Het standpunt van de rechter
5.De beoordeling en de gronden daarvoor
6.Beslissing
- wijst het wrakingsverzoek af, en
- bepaalt dat de behandeling van de zaak met procedurenummer BRE 18/2392 ZW zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens de indiening van dit verzoek.