ECLI:NL:RBZWB:2018:5158
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek planschadevergoeding na planologische wijziging in Breda
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Breda van 26 oktober 2017, waarin hun verzoek om planschadevergoeding werd afgewezen. Het verzoek betrof schade als gevolg van een planologische wijziging die volgens eisers niet voorzienbaar was bij aankoop van hun onroerende zaak.
De rechtbank heeft vastgesteld dat het college het verzoek op goede gronden heeft afgewezen. De deskundige Ten Have concludeerde dat het planologisch nadeel deels voorzienbaar was en dat de resterende schade niet groter was dan de wettelijk verplichte forfaitaire aftrek van 2% van de waarde van de onroerende zaak. Eisers stelden dat deze voorzienbaarheid door diverse plannen was doorbroken en dat de schade hoger was dan door Ten Have vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat het college het advies van Ten Have terecht heeft gevolgd, omdat dit voldoende inzichtelijk en gemotiveerd was. De voorzienbaarheid van de planologische wijziging werd beoordeeld aan de hand van het geldende bestemmingsplan ten tijde van aankoop in 1989, waarbij de latere plannen geen zekerheid boden dat het planologisch regime zou worden beperkt.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eisers tegen de afwijzing van hun verzoek om planschadevergoeding wordt ongegrond verklaard.