ECLI:NL:RBZWB:2018:3720

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
28 juni 2018
Publicatiedatum
28 juni 2018
Zaaknummer
6786500 OV VERZ 18-4053
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:235 BWArt. 1:237 BW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening handlichting aan minderjarige voor deelname en rechtshandelingen in agrarisch bedrijf

De minderjarige Niek Timon Johan Fleerakkers, geboren in 2002, verzocht de rechtbank om handlichting op grond van artikel 1:235 BW Pro. Hij wil toetreden tot het agrarisch melkveebedrijf van zijn ouders, S & Y Fleerakkers-Broekmans VOF, en deelnemen aan de bedrijfsvoering door rechtshandelingen te verrichten tot een bedrag van €10.000.

Tijdens de mondelinge behandeling lichtte verzoeker toe dat hij reeds feitelijke werkzaamheden verricht en zich wil voorbereiden op een toekomstige bedrijfsovername. Zijn ouders steunen het verzoek en benadrukken het belang van geleidelijke betrokkenheid en begeleiding.

De kantonrechter stelde vast dat verzoeker de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt en dat het gezag bij beide ouders ligt, die instemmen met het verzoek. Gelet op het belang van de minderjarige en de verantwoordbaarheid van de gevraagde bevoegdheden, werd het verzoek toegewezen.

De publicatie van de beschikking zal plaatsvinden op www.rechtspraak.nl en in het dagblad Brabants Dagblad, waarbij publicatie in de Staatscourant achterwege blijft. De beschikking is uitgesproken op 28 juni 2018 door mr. M.M.L. Goofers.

Uitkomst: Handlichting verleend aan minderjarige voor deelname en rechtshandelingen tot €10.000 in het familiebedrijf.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster I Civiele kantonzaken
Tilburg
zaaknummer 6786500 OV VERZ 18-4053
beschikking van 28 juni 2018 op een verzoek tot handlichting
ingediend door:
Niek Timon Johan Fleerakkers, geboren op 17 april 2002 te Tilburg,
wonende te (5165 PV) Waspik, Overdiepsekade 7,
verzoeker,
gemachtigde: mr. M.C.M. Nolte, werkzaam bij ABAB Belastingadviseurs en Juristen B.V. te Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1
De kantonrechter heeft kennis genomen van een op 22 maart 2018 door de griffie ontvangen verzoekschrift met bijlagen (hierna: het verzoek), strekkende tot het verkrijgen van handlichting als bedoeld in artikel 1:235 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).
1.2
Het is verzoek is mondeling behandeld op 14 juni 2018 in aanwezigheid van verzoeker en zijn ouders, Y.M.T. Fleerakkers-Broekmans en A.P.L.E. Fleerakkers. Verzoeker heeft het verzoek ter zitting toegelicht en geantwoord op de door de kantonrechter gestelde vragen.
1.3
Daarna is de beschikking bepaald op heden.

2.Het verzoek en de beoordeling daarvan

2.1
Het verzoek strekt ertoe om bevoegdheden te verwerven van een meerderjarige. De reden hiervoor is dat verzoeker wil toetreden tot het agrarisch bedrijf van zijn ouders, te weten een melkveehouderij, genaamd: S & Y Fleerakkers-Broekmans VOF. Het bedrijf is gelegen te (5165 PV) Waspik aan de Overdiepsekade 7. Verzoeker verricht sinds enige tijd feitelijke werkzaamheden voor voornoemd bedrijf. Zowel verzoeker als zijn ouders wensen dat hij zo spoedig mogelijk bij de algehele bedrijfsuitoefening wordt betrokken. Op deze wijze kan verzoeker grondig worden voorbereid op een eventuele bedrijfsovername in de toekomst.
2.2
Op grond van het bepaalde in artikel 1:235 BW Pro kunnen aan een minderjarige die de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt bepaalde bevoegdheden van een meerderjarige worden toegekend.
2.3
Bij de beoordeling van het verzoek moet de kantonrechter zich laten leiden door het belang van de minderjarige en beoordelen of de gevraagde handlichting verantwoord kan worden geacht.
2.4
De kantonrechter stelt vast dat verzoeker de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt. De kantonrechter stelt verder vast dat het gezag over de minderjarige verzoeker toekomt aan beide ouders en dat de ouders instemmen met het door hun minderjarige zoon gedane verzoek.
2.5
Verzoeker heeft tijdens de mondelinge behandeling zijn verzoek toegelicht. Daarbij heeft verzoeker aangevoerd dat hij over de volgende bevoegdheden wenst te beschikken: rechtshandelingen verrichten die nodig zijn voor de dagelijkse uitoefening van het bedrijf, te weten het aangaan van overeenkomsten voor de inkoop van benodigdheden ten behoeve van het bedrijf tot maximaal € 10.000,--, het deelnemen in de vennootschap onder firma en het doen van betalingen en ontvangen van betalingen tot € 10.000,--. Daarnaast heeft verzoeker aangevoerd dat hij betrokken wil worden bij allerlei beslissingen die genomen moeten worden en die voor hem in de toekomst van belang kunnen zijn. Verder heeft verzoeker aangevoerd dat hij naast zijn vwo-opleiding reeds verschillende feitelijke werkzaamheden voor het bedrijf verricht. Ook heeft verzoeker toegelicht dat hij in de toekomst wil gaan studeren en mogelijk het bedrijf op termijn wil overnemen. Ten slotte heeft verzoeker aangevoerd dat hij beseft welke verantwoordelijkheden hij krijgt. De ouders hebben tijdens de mondelinge behandeling samengevat toegelicht dat zij hun zoon willen voorbereiden op een eventuele bedrijfsovername op termijn en dat zij hem daarbij zullen begeleiden. Door de verzochte handlichting kan hun zoon stapsgewijs daarop worden voorbereid en krijgt hij (steeds) meer verantwoordelijkheden. Daarnaast hebben zij toegelicht dat het bedrijf toekomstbestendig is en dat zij het belangrijk vinden dat hun zoon, als mogelijke opvolger, op dit moment al betrokken wordt bij beslissingen die gevolgen kunnen hebben voor de lange termijn. Tot slot hebben zij aangevoerd dat zij het belangrijk vinden dat hun zoon een passende opleiding volgt.
2.6
Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat het verzoek van verzoeker om toe te treden tot het bedrijf, dat bedrijf samen met zijn ouders uit te voeren en daartoe rechtshandelingen te verrichten tot € 10.000,--, weloverwogen is en kan worden toegewezen.
2.7
Met betrekking tot de publicatieplicht van de te verlenen handlichting oordeelt de kantonrechter als volgt. Artikel 1:237 BW Pro bepaalt dat de beschikking waarin de handlichting is verleend, bekend moet worden gemaakt in de Staatscourant en in twee in de beschikking aan te wijzen dagbladen. De bedoeling van de wetgever is daarbij geweest dat op die manier zo veel mogelijk personen kennis kunnen nemen van de handlichting. Tegenwoordig is echter toegang tot internet voor iedereen beschikbaar en publicatie van de handlichting op internet heeft naar het oordeel van de kantonrechter eenzelfde, zo niet een ruimer bereik dan de nog bij wet voorgeschreven publicatie in de Staatscourant, die bovendien ook nog eens kostbaar is. De kantonrechter zal dan ook bepalen dat publicatie in de Staatscourant achterwege kan blijven en bepalen dat de (door de griffier te initiëren) publicatie van deze beschikking op www.rechtspraak.nl daarvoor in de plaats komt. Mede gelet op het vorenstaande zal één dagblad worden aangewezen waarin verzoeker de hem verleende handlichting dient te laten bekendmaken.

3.De beslissing

De kantonrechter:
verleent aan Niek Timon Johan Fleerakkers, geboren op 17 april 2002 te Tilburg,
handlichting om toe te treden tot en deel te nemen in de vennootschap onder firma “S & Y Fleerakkers-Broekmans VOF” en daarbij rechtshandelingen te verrichten die nodig zijn voor de dagelijkse uitoefening van het agrarisch bedrijf, te weten het aangaan van overeenkomsten voor de inkoop van benodigdheden voor het bedrijf tot maximaal € 10.000,--, alsmede het doen van betalingen en het ontvangen van betalingen tot een bedrag van € 10.000,--;
bepaalt dat onderhavige beschikking (door tussenkomst van de griffier) zal worden gepubliceerd op www.rechtspraak.nl;
bepaalt dat deze handlichting voor rekening van Niek Timon Johan Fleerakkers binnen 30 dagen na dagtekening van deze beschikking bekend dient te worden gemaakt in het dagblad “Brabants Dagblad”.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.M.L. Goofers en is in het openbaar uitgesproken op
28 juni 2018.
Mededeling van de griffier:
Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld:
a. door de verzoeker en door de in de procedure verschenen belanghebbenden: binnen drie maanden te rekenen van de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.
Het beroepschrift moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.