ECLI:NL:RBZWB:2018:3703
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen last onder dwangsom wegens illegale woningsplitsing afgewezen
Eiser is eigenaar van een pand waarin zonder vergunning vier zelfstandige wooneenheden aanwezig zijn, terwijl slechts twee wooneenheden zijn vergund. Het college heeft een last onder dwangsom opgelegd om de situatie terug te brengen naar de vergunde situatie. Eiser betoogt dat het college jaren stil heeft gezeten en dat het handhavend optreden in strijd is met het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel.
De rechtbank stelt vast dat het college bevoegd is tot handhaving op grond van de Gemeentewet en de Wabo. Er is geen concreet zicht op legalisering en de situatie is in strijd met het bestemmingsplan. Het enkele tijdsverloop en het incasseren van OZB-rechten kunnen niet leiden tot het afzien van handhaving. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat eiser geen vergelijkbare gevallen heeft aangetoond.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het bestreden besluit van het college. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het opleggen van een last onder dwangsom wegens illegale woningsplitsing wordt ongegrond verklaard.