ECLI:NL:RBZWB:2018:3679
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Beslissing tot toevoeging van raadsvrouw wegens niet behoorlijke behartiging belangen verdachte met geestelijke stoornis
In deze strafzaak tegen verdachte wegens belaging heeft de rechtbank op 5 juni 2018 een beslissing genomen op grond van artikel 509c Sv. Uit het rapport van de reclassering blijkt dat verdachte een licht verstandelijke beperking heeft en bekend is met verslavingsproblemen en depressieve klachten. Hij is arbeidsongeschikt verklaard en volgt een behandeling binnen de forensische zorg.
De rechtbank vermoedt dat verdachte door een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens niet in staat is zijn belangen behoorlijk te behartigen. Dit wordt versterkt door zijn moeite met de Nederlandse taal en juridische begrippen. Verdachte gaf aan geen financiële middelen te hebben voor rechtsbijstand en niet in aanmerking te komen voor gefinancierde rechtsbijstand.
Gezien deze omstandigheden beveelt de rechtbank dat de voorzitter op grond van artikel 509c Sv een advocaat als raadsvrouw aan verdachte toevoegt. De beslissing is genomen door drie rechters in aanwezigheid van de griffier tijdens de zitting in Middelburg.
Uitkomst: De rechtbank beveelt toevoeging van een raadsvrouw aan verdachte wegens vermoedelijke niet behoorlijke behartiging van zijn belangen.