Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
De rechtbank acht dan ook niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [verdachte] het onder feit 2 tenlastegelegde heeft begaan. Zij zal hem van feit 2 vrijspreken.
een of meertijdstippen in
of omstreeksde periode van 1 juni 2014 tot
te Goes en/of Rotterdam, in elk gevalin Nederland
, tezamen en in
geteeld
/ofafgeleverd
/ofvervoerd
, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad,(telkens) (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een
, dan wel aangewezen
of omstreeks06 juni 2015 te Rilland, gemeente Reimerswaal, tezamen en
of meerander
en, althans alleen,een wapen van categorie
/ofmunitie van
/of11 centraalvuur
, in elk geval een hoeveelheid patronen,voorhanden heeft
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.Het beslag
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan de onder 2, 3 en 4 tenlastegelegde feiten;
een gevangenisstraf van 16 maanden;
gedeelte van deze gevangenisstraf groot 6 maandenniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd van
één jaarna te melden voorwaarde niet heeft nageleefd;