Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende, eigenaar en gebruiker van twee tankstations met aanhorigheden, maakte bezwaar tegen de WOZ-waardebepaling van de heffingsambtenaar voor het kalenderjaar 2016. De heffingsambtenaar had de waarde vastgesteld op respectievelijk € 585.000 en € 1.074.000, gebruikmakend van de REN-methode, een branche-erkende taxatiemethode.
De rechtbank stelt vast dat de REN-methode objectief de verkoophoeveelheid brandstof en de locatie- en kwaliteitskenmerken meet, en dat deze methode binnen de branche wordt geaccepteerd. Belanghebbende bracht eigen taxatierapporten in, gebaseerd op de Discounted Cashflow-methode met een factor ‘7’, maar kon de gebruikte gegevens en factor niet overtuigend onderbouwen.
De rechtbank concludeert dat de heffingsambtenaar met zijn taxatierapporten aannemelijk heeft gemaakt dat de vastgestelde waarden niet te hoog zijn. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de WOZ-waardering van de tankstations wordt ongegrond verklaard.