Een verzorgende instelling verzocht de rechtbank om beschermingsbewind en mentorschap in te stellen voor een meerderjarige die vanwege zijn geestelijke toestand niet in staat is zijn vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke belangen zelf waar te nemen. De dochter van de rechthebbende, die momenteel zijn geld beheert, verzette zich tegen het verzoek maar verscheen niet op de zitting en lichtte haar standpunt niet schriftelijk toe.
De rechtbank oordeelde dat de belangenbehartiging door de dochter onvoldoende is en dat de rechthebbende problematische schulden heeft. Daarom werd besloten om in afwijking van de wettelijke voorkeur niet de dochter, maar een onafhankelijke professionele bewindvoerder en mentor te benoemen.
De mentor kreeg de verplichting om jaarlijks schriftelijk verslag uit te brengen aan de rechtbank. De beloningen voor bewindvoerder en mentor werden vastgesteld conform de geldende regelgeving. De beschikking werd ingeschreven in het openbare Centraal Curatele- en bewindregister. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open.