3.1Tussen partijen staan als niet weersproken de volgende feiten vast:
- [eiseres] is de echtgenote, weduwe en erfgename van de in augustus 2015 overleden heer [erflater] (hierna: [erflater] ).
- [erflater] is in de periode van 1970 tot ongeveer 1973 monteur en van 1973 tot 1985 technisch bedrijfsleider geweest bij Beton- en Tegelfabriek De Cruquius B.V. (hierna: Cruquius) aan de Bennebroekersdijk te Cruquius.
- Cruquius is na fusie voortgegaan als Kellen Beton B.V., welk bedrijf later is gefuseerd tot Struyk.
- Cruquius was een onderneming die trottoirtegels en –banden fabriceerde.
- Op 18 september 2014 is bij [erflater] (toen 68 jaar) de diagnose maligne mesothelioom vastgesteld.
- Bij brief van 3 november 2014 heeft [erflater] Struyk aansprakelijk gesteld voor de door hem als gevolg van zijn ziekte geleden materiële en immateriële schade.
- Op 5 november 2014 is het Instituut asbestslachtoffers (na een aanvraag van [erflater] ) aangevangen met bemiddeling ter verkrijging van schadevergoeding wegens diens ziekte maligne mesothelioom en heeft zij Struyk aansprakelijk gesteld.
- Op 7 november 2014 heeft de Sociale Verzekeringsbank op grond van de regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers aan [erflater] een voorschot van € 19.200,-- toegekend dat moet worden terugbetaald indien hij van Struyk een schadevergoeding ontvangt.
- Bij brief van 22 oktober 2015 heeft het Instituut asbestslachtoffers aan [eiseres] medegedeeld dat de bemiddeling zonder resultaat wordt beëindigd.
- Begin december 2015 heeft de gemachtigde van [eiseres] nogmaals aan Struyk verzocht om aansprakelijkheid te erkennen en de door [erflater] geleden schade te vergoeden.
- Als reactie heeft de gemachtigde van Struyk bij e-mailbericht van 15 december 2015 medegedeeld dat Struyk geen aansprakelijkheid erkent en zich beroept op verjaring.