Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende verrichtte sinds 2011 diverse activiteiten, waaronder adviesdiensten, kunstschilderen en verkoop van antieke voorwerpen, maar deze activiteiten waren verlieslijdend en er werden geen verkopen of diensten geleverd in de relevante tijdvakken.
De rechtbank beoordeelde of belanghebbende als ondernemer kon worden aangemerkt voor de omzetbelasting, waarbij werd gekeken naar het verrichten van economische activiteiten volgens artikel 7 Wet Pro OB en artikel 9 Btw Pro-richtlijn. Belanghebbende kon zijn ondernemingsvoornemen niet met objectieve gegevens onderbouwen.
De verkoop van antiek werd gezien als normaal vermogensbeheer en niet als duurzame exploitatie van een lichamelijk goed. Ook het kunstschilderen en tentoonstellen leidde niet tot ondernemerschap omdat er geen verkopen plaatsvonden en de intentie niet voldoende werd bewezen.
Daarom concludeerde de rechtbank dat belanghebbende niet als ondernemer voor de omzetbelasting kan worden beschouwd en verklaarde de beroepen ongegrond. De naheffingsaanslagen zijn terecht opgelegd.
Uitkomst: De beroepen van belanghebbende tegen de naheffingsaanslagen omzetbelasting worden ongegrond verklaard omdat geen ondernemerschap voor de omzetbelasting is vastgesteld.