Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
dat hij zich in de periode van 30 augustus 2014 tot en met 26 september 2016 op hiervoor genoemde plaatsen ten opzichte van zijn stiefdochter die toen de leeftijd van zestien jaar nog niet had bereikt, schuldig heeft gemaakt aan handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van haar lichaam;
3.De voorvragen
Er is sprake van een ziekelijke stoornis, te weten een neurodegeneratief ziektebeeld in een gevorderd stadium, naar alle waarschijnlijkheid fronto-temporale dementie (FTD).
MRI-Schedel (beoordeling: drs. [naam 2] , radioloog)Conclusie:neurodegeneratief beeld met opvallende temporale atrofie, mogelijk fronto-temporale dementie.
4.De voorlopige hechtenis
Op basis van het huidige toestandsbeeld en de progressieve hersenaandoening, wordt de kans op herhaling op korte en middellange termijn zonder begeleiding, structurering en behandeling (van de stemming en de onrust) ingeschat als (zeer) hoog.”
Betrokkene is niet meer in staat zelfstandig te leven. Hij zal levenslange zorg en begeleiding nodig hebben in een gesloten, beveiligde, gespecialiseerde setting waar men bestand is tegen zijn ontregelde gedrag. Daarbij kan gedacht worden aan een kliniek of gespecialiseerde afdeling voor mensen met niet aangeboden hersenletsel.”
5.De wettelijke voorschriften
6.De beslissing
29 januari 2018 te 15.30 uur.