ECLI:NL:RBZWB:2017:7575

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
15 november 2017
Publicatiedatum
21 november 2017
Zaaknummer
337906 / HA RK 17-246
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Rechters
  • Poerink
  • van de Sande
  • de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 AwbArt. 11 lid 3 Wahv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek tegen kantonrechter na beëindiging zaak

Verzoeker diende op 26 oktober 2017 een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter die belast was met de behandeling van zijn beroep tegen een sanctie wegens een verkeersovertreding. De kantonrechter had het beroep op 29 augustus 2017 niet-ontvankelijk verklaard omdat verzoeker niet de vereiste zekerheid had gesteld voor betaling van de sanctie.

De rechtbank oordeelt dat het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk is omdat de kantonrechter de zaak met een eindbeslissing heeft afgesloten, waardoor geen verdere bemoeienis mogelijk is. De wet voorziet niet in het wraken van een rechter na beëindiging van de zaak.

Op grond van het wrakings- en verschoningsprotocol van de rechtbank kan een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek achterwege blijven. De rechtbank verklaart het wrakingsverzoek daarom niet-ontvankelijk en spreekt dit in het openbaar uit op 15 november 2017.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de kantonrechter de zaak reeds met een eindbeslissing heeft afgesloten.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Wrakingskamer
zaaknummer 337906 / HA RK 17-246
beslissing van 15 november 2017
inzake
het wrakingsverzoek ex artikel 8:15 Algemene Pro wet bestuursrecht van:

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats]
verder te noemen verzoeker.

De procedure

Dit blijkt uit het op 26 oktober 2017 van verzoeker ingekomen wrakingsverzoek.

Het verzoek

Het verzoek strekt tot wraking van mr. [naam gewraakte rechter] , kantonrechter en belast geweest met de behandeling van het door verzoeker ingestelde beroep ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) ter zake van een door de officier van justitie aan verzoeker opgelegde sanctie wegens een verkeersovertreding (procedurenummer [nummer] ).

De ontvankelijkheid van het verzoek

In de hiervoor genoemde procedure heeft de kantonrechter bij beslissing van 29 augustus 2017 het door verzoeker ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard, op grond van de omstandigheid dat verzoeker niet op de in artikel 11, derde lid Wahv voorgeschreven wijze zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de door officier van justitie opgelegde sanctie.
Deze omstandigheid moet ertoe leiden dat verzoeker niet in zijn wrakingsverzoek kan worden ontvangen. De wetgever heeft immers niet voorzien in de mogelijkheid een rechter te wraken, wanneer deze de behandeling van de zaak heeft beëindigd door het wijzen van een eindbeslissing. Hiervan is in het onderhavige geval sprake. Met die beslissing heeft immers iedere bemoeienis van de kantonrechter met het door verzoeker ingestelde beroep opgehouden.
Dit maakt dat verzoeker niet-ontvankelijk is in zijn wrakingsverzoek.
Op grond van deze kennelijke niet-ontvankelijkheid kan, overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 9.1, gelezen in samenhang met paragraaf 4.3. van het wrakings- en verschoningsprotocol van deze rechtbank (gepubliceerd op www.rechtspraak.nl/rechtbank
Zeeland-West-Brabant/regels en procedures)een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek achterwege blijven.
zaaknummer 337906 / HA RK 17-246pagina 2

Beslissing

De rechtbank:
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking.
Deze beslissing is gegeven op 15 november 2017 door mrs. Poerink, van de Sande en de Roos, in tegenwoordigheid van de Jong, griffier, en in het openbaar uitgesproken.
--