Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
5.Proceskosten
6.Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende, een ondernemer met een eenmanszaak, bracht als privépersoon bedragen in rekening aan zijn onderneming voor de verhuur van een kantoorruimte, waarbij omzetbelasting werd vermeld. De inspecteur corrigeerde de aftrek van deze omzetbelasting omdat deze niet door een andere ondernemer in rekening was gebracht. Tevens corrigeerde de inspecteur de voorbelasting op facturen van derden, omdat niet aannemelijk was gemaakt dat deze goederen en diensten voor belaste prestaties werden gebruikt.
Belanghebbende stelde dat het pand tot het ondernemingsvermogen behoorde en dat de kosten dus aftrekbaar waren, maar kon dit niet onderbouwen met administratieve vastlegging of bewijs. De rechtbank oordeelde dat de onderneming geen zelfstandige entiteit is en dat de omzetbelasting op de huur dus niet als voorbelasting aftrekbaar is. Ook de voorbelasting op facturen van derden werd terecht gecorrigeerd.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant op 17 november 2017.
Uitkomst: De beroepen van belanghebbende tegen de naheffingsaanslagen omzetbelasting worden ongegrond verklaard.