Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[gedaagde sub 2],
[gedaagde sub 3],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 5 april 2017 en alle daarin reeds genoemde stukken;
- de akte overlegging producties 16 tot en met 19 en de akte overlegging producties 20 en 21 zijdens Noblesse;
- het proces-verbaal van comparitie van 27 juni 2017 en de bij die gelegenheid overgelegde pleitnota’s.
2.Het geschil
3.De beoordeling
.
€ 6.422,00(2x tarief VIII ad € 3.211,-)