ECLI:NL:RBZWB:2017:7046
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstandsuitkering wegens verblijf buiten woonplaats gemeente Breda
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Breda tot beëindiging van zijn bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet. Hij verbleef sinds augustus 2016 feitelijk bij zijn vader in een andere gemeente en betoogde dat dit niet vrijwillig was en dat hij niet de begeleiding van SMO had geweigerd.
De rechtbank stelde vast dat verzoeker inderdaad sinds augustus 2016 niet meer in Breda woonde en dat het SMO-traject en zijn verblijf bij De Doorstroomvoorziening in Breda in januari 2017 waren beëindigd. Volgens vaste rechtspraak bepaalt het feitelijk verblijf en het centrum van het maatschappelijk leven de woonplaats voor bijstand.
Omdat verzoeker niet in Breda woonde, had hij geen recht op bijstand van die gemeente. Het college had de uitkering terecht beëindigd met ingang van 5 maart 2017. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.