Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 10 oktober 2017 van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiseres] , te [vestigingsplaats] , eiseres,
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dongen, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Eiseres voert, samengevat, aan dat het college ten onrechte heeft geweigerd de aangevraagde omgevingsvergunning te verlenen. Allereerst stelt eiseres dat het college zich in het bestreden besluit ten onrechte op het standpunt stelt dat de 10-6 risicocontour als gevolg van de aangevraagde activiteit wordt vergroot, nu het college voor de bepaling van de 10-6 risicocontour van de huidige situatie ten onrechte uitgaat van de bij QRA-2 berekende 2011-risicocontour. Volgens eiseres moet het transportbedrijf worden aangemerkt als een categoriale inrichting, als gevolg waarvan voor de bepaling van de risicocontour de in de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) genoemde afstand van 85 meter moet worden aangehouden en het plaatsgebonden risico niet middels een QRA mag worden berekend. Volgens eiseres blijkt uit de door haar aangeleverde QRA-3 dat de 10-6 risicocontour inclusief de aangevraagde activiteit is gelegen binnen de op grond van de Revi geldende 85-metercontour rondom de PGS 15-opslagloods en overigens ook binnen de bij de revisievergunning in QRA-1 berekende 2007-risicocontour. Nu volgens eiseres de 10‑6 risicocontour niet wordt vergroot en daarom niet over nieuwe al dan niet geprojecteerde (beperkt) kwetsbare objecten komt te liggen stelt eiseres dat de aangevraagde activiteit geen gevolgen heeft voor het aspect externe veiligheid. Gelet hierop bestaat volgens eiseres voor het college geen grond om de aangevraagde omgevingsvergunning te weigeren. Subsidiair stelt eiseres dat in het geval wel moet worden uitgegaan van de 2011-risicocontour evenmin aanleiding bestaat om de aangevraagde omgevingsvergunning te weigeren. Zo blijkt volgens eiseres uit de QRA-2 en de QRA-3 dat de 2011‑risicocontour is gelegen over bedrijfs-bebouwing aan de westzijde van het transportbedrijf en dit in de nieuwe situatie met de aangevraagde activiteit niet wijzigt. Wel komt de risicocontour in de nieuwe situatie te liggen over een terrein aan de zuidzijde van het transportbedrijf. Eiseres stelt dat deze gronden echter in zijn geheel niet mogen worden bebouwd, waardoor geen sprake is van geprojecteerde beperkt kwetsbare objecten.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt het college op binnen 12 weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag met inachtneming van deze uitspraak;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 333,- aan eiseres te vergoeden.