ECLI:NL:RBZWB:2017:6547
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing proceskostenveroordeling bij bijstandsuitkering na duurzaam gescheiden leven
Verzoekster en haar echtgenoot ontvingen aanvankelijk een bijstandsuitkering volgens de norm voor een echtpaar. Nadat de echtgenoot op 20 januari 2017 naar het buitenland vertrok, wijzigde het college de uitkering naar de norm voor een echtpaar met een niet-rechthebbende partner. Verzoekster maakte bezwaar en stelde dat zij duurzaam gescheiden leefden en vroeg om aanpassing naar de norm voor een alleenstaande ouder.
In beroep overhandigde verzoekster een brief van een advocaat die een echtscheidingsprocedure zou starten. Het college herzag daarop het besluit en bepaalde bij besluit van 18 mei 2017 dat verzoekster per 20 januari 2017 recht had op een uitkering volgens de norm voor een alleenstaande ouder. De rechtbank oordeelde dat het college hiermee aan verzoekster was tegemoetgekomen.
De rechtbank veroordeelde het college in de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op € 1.485,-, omdat het college met het latere besluit het eerdere besluit had laten vallen en de uitkering met terugwerkende kracht had aangepast. Tevens werd het griffierecht van € 46,- door het college vergoed. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant op 5 oktober 2017.
Uitkomst: Het college is veroordeeld in de proceskosten omdat het verzoekster met terugwerkende kracht tegemoet is gekomen door de bijstandsuitkering aan te passen.