Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
- Ten tijde van de aanrijding heerste er duisternis. De aanrijding vond plaats op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Tienhovenlaan, gelegen buiten de bebouwde kom van Oisterwijk in een bosrijk gebied, waar op de plaats van het ongeval geen straatverlichting aanwezig was, waardoor het zeer donker was. Verdachte voerde dimlicht. De voetgangers (het overleden slachtoffer en haar echtgenoot [naam echtgenoot] ) droegen donker gekleurde kleding zonder reflectiemateriaal en droegen geen voorwerpen met zich mee waardoor zij voor andere weggebruikers goed of beter waarneembaar werden. Er is vastgesteld dat onder deze omstandigheden de voetgangers op een afstand van 26 meter gedeeltelijk zichtbaar werden voor verdachte.
- De Tienhovenlaan is een verharde weg met eenrichtingsverkeer voor motorrijtuigen. Er waren geen markeringen op het wegdek aanwezig. Voor, op en voorbij de plaats van het ongeval was de weg recht. De verharde weg was ongeveer 3,60 meter breed en was aan beide zijden omzoomd door dicht naast de verharde weg staande eikenbomen. Naast de linker berm, bezien vanuit de verdachte, liep een onverhard voetpad van 1,20 m breed. Het voetpad (zandpad) was van de verharde weg gescheiden door voornoemde rij bomen. De voetgangers liepen op de verharde weg. Zij liepen naast elkaar aan de rechterzijde van de weg, bezien vanuit het perspectief van verdachte. De voetgangers en verdachte bevonden zich dus aan dezelfde kant van de weg als verdachte. De hond van de voetgangers liep voor hen uit, in het midden van de weg. De personenauto en de voetgangers kwamen elkaar tegemoet. De voetgangers zijn niet uitgeweken toen zij het voertuig van verdachte zagen naderen.
- De aangetroffen sporen passen bij het beeld dat de personenauto met de voorzijde frontaal op de hond botste en met de rechtervoorzijde frontaal op het slachtoffer botste.
- Op het weggedeelte gold een snelheidslimiet van 80 kilometer per uur. Verdachte reed bij aanvang van het remmen minimaal 53 kilometer per uur en maximaal 54 kilometer per uur. Bij een snelheid van 54 kilometer per uur legde verdachte 15 meter per seconde af (54.000 meter per uur / 3.600 seconden per uur = 15 meter per seconde).
- Voor, tijdens of na de botsing met de hond remde de personenauto krachtig af, waarbij de rechtervoorband een rem/regelspoor aftekende. Uit het bandenspoor (regelspoor) kan opgemaakt worden dat er een nood- of paniekremming was uitgevoerd en dat er door de bestuurder naar links was uitgeweken. Tevens kan daaruit opgemaakt worden dat de remweg van verdachte tenminste 10,10 meter bedroeg.
- De reactietijd van een alerte bestuurder, te weten een bestuurder die gevaar verwacht en niet onder invloed van alcohol verkeert, ligt tussen de 1,11 (2% waarde) en 1,62 (92% waarde) seconde.
of omstreeks13 april 2012, in de gemeente Oisterwijk, als bestuurder
, in elk geval hoger dan 220
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan de onder primair en subsidiair tenlastegelegde feiten;
betaling van een geldboete van € 850,00;
vervangende hechteniszal worden toegepast van
17 dagen;
een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van 6 maanden;