Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het procesverloop
2.De verdere beoordeling
- Explootkosten € 96,16
- Vastrecht € 1.533,-
- Salaris gemachtigde (3 pt) € 2.100,-.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze civiele zaak vordert eiser vergoeding van gemaakte huurkosten en een bijdrage aan een gezamenlijk informatiesysteem op grond van een samenwerkingsovereenkomst met gedaagde. Gedaagde betwist dat hij persoonlijk gebonden is en stelt dat de vennootschap die hij wilde oprichten de overeenkomst heeft bekrachtigd.
De rechtbank overweegt dat rechtshandelingen namens een op te richten vennootschap pas rechten en verplichtingen voor die vennootschap opleveren na bekrachtiging. Tot die tijd zijn de personen die namens de vennootschap handelen hoofdelijk verbonden. De rechtbank toetst of de vennootschap die de bekrachtiging verricht voldoende identiek is aan de vennootschap die partijen op het oog hadden bij het sluiten van de overeenkomst.
Uit de feiten blijkt dat de vennootschap die de overeenkomst bekrachtigde dezelfde bedrijfsvoering, zeggenschap en locatie heeft als de beoogde vennootschap, ondanks een andere naam. Daarom is er voldoende identiteit en is de bekrachtiging rechtsgeldig. Hierdoor is gedaagde niet langer hoofdelijk aansprakelijk. De vordering van eiser wordt afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van eiser wordt afgewezen omdat de bekrachtiging door de vennootschap voldoende rechtsgeldig was en gedaagde niet langer hoofdelijk aansprakelijk is.