ECLI:NL:RBZWB:2017:4206
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van Triest
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot eenhoofdig gezag na verhuizing van vader naar buitenland
De ouders hebben gezamenlijk gezag over hun minderjarige kind, geboren in 2013. Na hun beëindigde relatie hebben zij een ouderschapsplan opgesteld waarin gezamenlijk gezag werd gehandhaafd, met het hoofdverblijf van het kind bij de moeder. De vader, met Italiaanse nationaliteit, is verhuisd van Italië naar een ander EU-land, waardoor hij minder vaak in Nederland verblijft en minder betrokken kan zijn bij de zorg en opvoeding.
De ouders verzochten de rechtbank om het gezamenlijk gezag te beëindigen en het eenhoofdig gezag aan de moeder toe te wijzen. De rechtbank oordeelt dat de omstandigheden zijn gewijzigd, maar dat dit onvoldoende is om af te wijken van het wettelijke uitgangspunt van gezamenlijk gezag. Er is geen onaanvaardbaar risico dat het kind klem of verloren raakt tussen de ouders.
De rechtbank benadrukt het belang van modern communicatiemiddelen die samenwerking mogelijk maken en acht het nieuwe gezinsleven van de moeder geen reden om het gezag te wijzigen. De rechtbank wijst het verzoek af en compenseert de proceskosten zodat ieder zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het verzoek tot omzetting van gezamenlijk gezag in eenhoofdig gezag voor de moeder wordt afgewezen.