ECLI:NL:RBZWB:2017:3979

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
28 juni 2017
Publicatiedatum
4 juli 2017
Zaaknummer
5881179 OV VERZ 17-2816
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Meyboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:209 BWArt. 4:206 BW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffing van de vereffening van een nalatenschap wegens geringe baten

Verzoekster, benoemd tot vereffenaar van de nalatenschap van de erflater, verzocht op grond van artikel 4:209 BW Pro om opheffing van de vereffening vanwege de geringe waarde van de baten in de nalatenschap. Ter onderbouwing werd een vermogensbeschrijving overgelegd.

De kantonrechter stelde vast dat de baten van de nalatenschap zodanig gering waren dat, gelet op de preferente schulden, opheffing van de vereffening gerechtvaardigd was. In afwijking van de wettelijke publicatieplicht werd besloten de opheffing bekend te maken via internetpublicatie op rechtspraak.nl, omdat dit kosteneffectiever is en beter aansluit bij de huidige communicatiemiddelen.

De vereffeningkosten werden vastgesteld op €4.217,94 exclusief btw, waarvan €2.969,25 loon betreft. De griffier werd opgedragen de opheffing in het boedelregister in te schrijven. De beschikking werd uitgesproken op 28 juni 2017 en biedt ruimte voor hoger beroep binnen drie maanden.

Uitkomst: De vereffening van de nalatenschap wordt opgeheven vanwege geringe baten en de vereffenaar wordt ontheven van de wettelijke publicatieplicht.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster I Civiele kantonzaken
Breda
zaak/rolnr.: 5881179 OV VERZ 17-2816
beschikking d.d. 28 juni 2017 op een verzoek tot opheffing ex artikel 4:209 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW)
ingediend door:
[Verzoeker] ,werkzaam bij [naam advocatenkantoor] te [plaatsnaam 1]
in de nalatenschap van:
[Erflater]
laatstelijk gewoond hebbende te [plaatsnaam 2]
overleden te [plaatsnaam 3] op [overlijdensdatum] ,
nader te noemen erflater.
1. Het verloop van het geding
1.1 De procesgang blijkt uit het op 5 april 2017 ter griffie ontvangen verzoekschrift, met bijlagen. De inhoud hiervan geldt hier als ingelast.

2.Het verzoek

2.1
Verzoekster is benoemd tot vereffenaar van de nalatenschap van erflater en verzoekt op grond van het bepaalde in artikel 4:209 BW Pro opheffing van de vereffening, vanwege de geringe waarde van de baten van de nalatenschap.
2.2
Ter onderbouwing van het verzoek is onder meer een vermogensbeschrijving overgelegd.

3.De beoordeling

3.1
De kantonrechter is van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat de waarde van
de baten van de nalatenschap zodanig gering is, dat er – gelet op de waarde van de (preferente) schulden – aanleiding is om de opheffing van de vereffening te bevelen.
3.2
Op grond van artikel 4:209 lid 4 BW Pro dient de opheffing op dezelfde wijze bekend te worden gemaakt als de benoeming van de vereffenaar. Dat zou – met het oog op artikel 4:206 lid 6 BW Pro en de benoemingsbeschikking van 14 maart 2014 – meebrengen dat verzoekster de opheffing bekend dient te maken in de Staatscourant en in de toepasselijke editie van het Brabants Dagblad. Vanwege de geringe activa in deze nalatenschap verzoekt verzoekster om van dit wettelijk uitgangspunt af te wijken. De kantonrechter gaat daarin mee, omdat er geen dwingende noodzaak bestaat voor de – kostbare – wettelijk voorgeschreven wijze van bekendmaking. De belanghebbenden kunnen immers ook op een andere wijze, namelijk via internet, worden geïnformeerd, hetgeen iedere belanghebbende een even goede, wellicht betere, mogelijkheid geeft om de financiële situatie van de nalatenschap te kunnen inzien. Dit brengt ook geen nieuwe kosten met zich mee. Daarom zal de griffier ervoor zorgen dat deze beschikking wordt gepubliceerd op rechtspraak.nl/uitspraken. Deze wijze van bekendmaking komt in de huidige tijd beter tegemoet aan de bedoeling van de wetgever, dan met de publicatiemiddelen uit de tijd waarin het huidige erfrecht werd ontworpen, toen de toegang tot internet nog niet algemeen was. Verzoeker zal daarom worden ontheven van de wettelijke publicatieplicht.
3.3
De kantonrechter zal de vereffeningkosten, conform de opgave van verzoekster, vaststellen op € 4.217,94 exclusief btw, waarvan € 2.969,25 geldt als loon.
3.4
De griffier zal zorg dragen voor inschrijving van de opheffing van de vereffening in het boedelregister.

4.De beslissing

De kantonrechter:
- beveelt de opheffing van de vereffening van de nalatenschap van erflater;
- stelt de reeds gemaakte vereffeningkosten vast op € 4.217,94 exclusief btw en brengt deze kosten ten laste van de boedel;
- bepaalt dat dat de opheffing moet worden bekendgemaakt door plaatsing op www.rechtspraak.nl/uitspraken en digitaal in de Staatscourant en ontheft de vereffenaar overigens van de wettelijke publicatieplicht;
- wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.
Deze beschikking is gegeven door mr. Meyboom en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 28 juni 2017, in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld:
door de verzoek(st)er en door de in de procedure verschenen belanghebbenden: binnen drie maanden te rekenen van de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.
Het beroepschrift moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend bij het gerechtshof te 's‑Hertogenbosch.