Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
2.Het verzoek
3.Feiten en de gronden van wraking
vanaf 12.00 uur een verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing betreffende [verzoekster] . Daarbij waren aanwezig:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Verzoekster diende op 20 en 23 mei 2017 wrakingsverzoeken in tegen de kinderrechter die belast was met de behandeling van het verlengingsverzoek van ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van haar minderjarige kind. Dit volgde op een incident tijdens de zitting van 19 mei 2017, waarbij verzoekster de bril van de gezinsvoogd van diens gezicht trok en vernielde. De kinderrechter activeerde daarop de noodknop, waarna de politie verzoekster aanhield.
Verzoekster stelde dat de kinderrechter niet onpartijdig kon zijn vanwege haar rol bij het incident en de daaropvolgende politieactie. De kinderrechter ontkende elke bemoeienis met het doen van aangifte en stelde dat zij alleen handelde ter waarborging van orde en veiligheid.
De wrakingskamer oordeelde dat het wrakingsverzoek tijdig was ingediend en dat er geen zwaarwegende aanwijzingen waren voor vooringenomenheid. Het handelen van de kinderrechter was passend en binnen haar bevoegdheden. De subjectieve beleving van verzoekster bood geen grond voor wraking.
De rechtbank wees het wrakingsverzoek af en bepaalde dat de behandeling van de zaak werd voortgezet zoals deze was ten tijde van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kinderrechter wordt afgewezen en de zaak wordt voortgezet.