Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van een aanvraag voor een eenmalige uitkering op grond van de backpayregeling. Het primaire besluit dateert van 7 juni 2016 en het bezwaar werd per e-mail ingediend op 20 juli 2016, terwijl de termijn zes weken bedroeg en eindigde op 19 juli 2016.
De rechtbank heeft ambtshalve de tijdigheid van het bezwaar beoordeeld en vastgesteld dat het bezwaar te laat was ingediend. Er is geen sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding. De minister had het bezwaar daarom niet inhoudelijk hoeven behandelen, maar deed dat wel, waardoor een verkeerde beslissing is genomen.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en voorziet zelf in de zaak door het bezwaar alsnog niet-ontvankelijk te verklaren. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eisers.