Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het procesverloop
- de op respectievelijk 23 en 27 februari 2017 ingekomen wrakingsverzoeken, gericht tegen mr. Römers, senior-rechter in deze rechtbank en belast met de behandeling van na te noemen zaak;
- de van mr. Römers op die verzoeken ingekomen schriftelijke reactie van 22 maart 2017;
- de processtukken in na te noemen zaak, waaronder het proces-verbaal van de zitting van 6 februari 2017;
- de op 24 maart 2017 ingekomen brief van Waterschap Scheldestromen, verweerder in de hierna te noemen zaak; en
- de behandeling van de wrakingsverzoeken door de wrakingskamer ter zitting van 30 maart 2017, waarbij zijn verschenen [verzoeker ] , blijkens overgelegde genoegzame en rechtsgeldige machtiging tevens optredende als gemachtigde van verzoekster [verzoekster ] , en [gemachtigde] , eveneens blijkens die machtiging gemachtigde van verzoekster [verzoekster ] . Hoewel daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld is mr. Römers niet verschenen. Evenmin is, ofschoon daartoe uitgenodigd, namens Waterschap Scheldestromen en Staatsbosbeheer, derde partijen in de hierna te noemen zaak, iemand verschenen.
2.De verzoeken
3.De feiten en gronden van het wrakingsverzoek
4.Het standpunt van de rechter
5.De beoordeling en de gronden daarvoor
6.Beslissing
- verklaart verzoekers niet ontvankelijk in hun wrakingsverzoeken;
- bepaalt dat de behandeling van de zaak met procedurenummer BRE 16/4424 WET zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens de indiening van dit verzoek.