Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan de hem onder feit 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde feiten.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van betrokkenheid bij het telen, bereiden en exporteren van amfetamine, het bezit van een antitankwapen en witwassen van een gestolen auto. Diverse panden werden doorzocht waarbij onder meer 7,6 kilogram amfetamine, een raketwerper en apparatuur voor drugproductie werden aangetroffen.
Verdachte verklaarde in eerste instantie belastende feiten, maar zijn verklaringen waren wisselend, onnauwkeurig en werden niet ondersteund door objectief bewijs. Hij verwees naar een onbekende man die hem geld zou hebben gegeven om goederen te bewaren, maar politieonderzoek leverde geen resultaat op.
De rechtbank achtte de bekennende verklaring ongeloofwaardig en concludeerde dat er onvoldoende bewijs was voor betrokkenheid van verdachte bij de tenlastegelegde feiten. Daarom sprak zij verdachte vrij van alle feiten. De zitting vond plaats op 20 februari 2017 in Breda.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten wegens gebrek aan bewijs.