Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- het tussenvonnis van 5 oktober 2016 en alle daarin reeds genoemde stukken;
- de producties 13 tot en met 15 zijdens [eiser] ;
- het proces-verbaal van comparitie van 22 november 2016.
2.Het geschil
3.De beoordeling
“(…) In het geanalyseerde grondwatermonster vanuit peilbuis PB 3 is het gehalte trichlooretheen zeer licht verhoogd aangetroffen ten opzichte van de streef-waarde.”(…)”
“Het verspreidingsrisico is in deze situatie hoog, omdat een verontreiniging is aangetroffen in het watervoerend pakket. Vermoedelijk heeft verspreiding in dit watervoerend pakket reeds plaatsgevonden.”In het rapport wordt geconcludeerd dat er in het grondwater concentraties Per, Tri en cis-1, 2-dichlooretheen werden aangetroffen die op één plaats de interventiewaarde overschrijdt. Voorts staat vermeld dat als de interventiewaarde wordt overschreden in meer dan 100 m3 grondwater er een saneringsnoodzaak is, maar dat
“niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat meer dan 100 m3 grondwater ernstig verontreinigd is. Om dit vast te kunnen stellen, moet een nader onderzoek uitgevoerd worden”