Op 19 december 2016 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant verdachte veroordeeld voor ontucht gepleegd op of omstreeks 14 november 2014 te Vlissingen met een minderjarige prostituee die zich beschikbaar stelde voor seksuele handelingen tegen betaling. Het slachtoffer was destijds tussen zestien en achttien jaar oud. Verdachte heeft het feit bekend en de rechtbank acht het wettig en overtuigend bewezen op basis van verklaringen, telefoononderzoek en WhatsAppberichten.
De rechtbank benadrukte de ernst van het delict, mede vanwege de kwetsbaarheid van het slachtoffer, die slachtoffer was van mensenhandel en ernstige psychische en fysieke gevolgen ondervond, waaronder twee geslachtsziektes. Verdachte heeft nagelaten de leeftijd van het slachtoffer te controleren, hoewel hij aannemelijk heeft gemaakt dat hij ervan uitging dat zij meerderjarig was, mede door een advertentie op een website.
Hoewel de officier van justitie een gevangenisstraf van zes maanden, waarvan drie voorwaardelijk, vorderde, oordeelde de rechtbank dat een substantiële onvoorwaardelijke gevangenisstraf te zwaar was gezien de omstandigheden, waaronder het ontbreken van opzet en het onvoldoende optreden van de politie. De rechtbank legde een gevangenisstraf van één dag en een taakstraf van 210 uur op, met vervangende hechtenis voor het niet nakomen van de taakstraf.
De uitspraak onderstreept de wettelijke plicht van klanten van prostituees om de leeftijd te controleren en benadrukt de bescherming van minderjarigen tegen seksuele uitbuiting. De rechtbank sprak verdachte vrij van wat meer of anders was ten laste gelegd en verklaarde hem strafbaar voor het bewezen verklaarde feit.