Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het ten laste gelegde feit.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van uitbuiting van een asielzoeker, [naam 1], door haar te laten werken als prostituee onder dwang en misbruik van haar kwetsbare positie.
De officier van justitie stelde dat verdachte misbruik maakte van de kwetsbare positie van [naam 1], die geen Nederlands sprak, afhankelijk was van verdachte en geen zicht had op een verblijfsstatus. De verdediging voerde aan dat [naam 1] een mondige zakenvrouw was die zelf haar werktijden bepaalde en dat er geen sprake was van uitbuiting.
De rechtbank stelde vast dat verdachte weliswaar betrokken was bij het plaatsen van advertenties, het regelen van afspraken en het delen in de opbrengst, maar dat er onvoldoende bewijs was dat [naam 1] daadwerkelijk geen andere keuze had dan te werken als prostituee. Er was geen onderzoek gedaan naar haar persoonlijke omstandigheden en de enkele verklaring dat zij niet wilde terugkeren naar haar familie was onvoldoende.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde feit van uitbuiting. Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer op 21 juni 2016 in Breda.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van uitbuiting van een asielzoeker als prostituee.