Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 19 oktober 2016 van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , te [woonplaats eiser] , eiser,
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
’Bij(gedeeltelijke) woonruimteonttrekking ten behoeve van hennepteelt is ook steeds sprake van bedrijfsmatige exploitatie. Er is sprake van gedeeltelijke woonruimteonttrekking door hennepteelt als daardoor een deel van de woonruimte niet meer voor bewoning geschikt is, of wordt gebruikt. Dit hangt af van het concrete geval.’
gedeeltelijkeonttrekking van woonruimte aan de woonbestemming, maar om van een gedeeltelijke onttrekking te kunnen spreken dient een substantieel gedeelte van de woning voor een ander doel dan (permanent) wonen te worden gebruikt. De Huisvestingswet 2014 beoogt ten aanzien van de bevoegdheid bij gedeeltelijke onttrekking van woonruimte – ondanks een gewijzigde formulering – geen inhoudelijke wijziging ten opzichte van artikel 30, lid 1onder a Huisvestingswet (oud), waarin was vermeld dat het niet is toegestaan een woonruimte zonder vergunning ‘voor een zodanig gedeelte aan die bestemming te onttrekken, dat die woonruimte niet langer geschikt is voor bewoning door een huishouden van dezelfde omvang als waarvoor deze zonder zodanige onttrekking geschikt is’.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- herroept het primaire besluit;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 167,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 992,-.