De kantonrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde een verzoek tot instelling van meerderjarigenbewind en mentorschap voor een minderjarige die binnenkort meerderjarig wordt. Het verzoek werd gedaan door de tijdelijk voogdes, op basis van de verwachting dat de minderjarige vanwege zijn geestelijke toestand niet in staat zal zijn zijn belangen zelfstandig te behartigen.
De rechtbank oordeelde dat de minderjarige duurzaam niet in staat is zijn vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen. De wilsbekwaamheid ontbrak, aangezien de minderjarige niet in staat was toestemming te geven voor beschikkingshandelingen of rekening en verantwoording te ondertekenen. De voorgestelde professionele bewindvoerder en mentor werden als bereid en geschikt bevonden.
De kantonrechter stelde de beloning voor aanvangswerkzaamheden en de jaarlijkse beloning van bewindvoerder en mentor vast conform de geldende regelingen, met een hoger tarief voor de mentor vanwege de leeftijd en problematiek van de minderjarige. Tevens werd een jaarlijkse rapportageplicht aan de mentor opgelegd en werd de beschikking ingeschreven in het Centraal Curatele- en Bewindsregister.
De kantonrechter benadrukte het belang van het bevorderen van de zelfredzaamheid van de minderjarige en wees op de wens van de minderjarige om terug te keren naar Bonaire, hetgeen door mentor en bewindvoerder onderzocht en waar mogelijk ingewilligd dient te worden.