Op 8 maart 2015 bezocht verdachte met zijn moeder een café in Yerseke waar een conflict ontstond met het slachtoffer. Getuigen verklaarden dat verdachte het slachtoffer met een vuist tegen het hoofd sloeg, waarna het slachtoffer bewusteloos raakte en later overleed op 13 maart 2015. Verdachte ontkende de klap, stelde dat het slachtoffer mogelijk was gestruikeld, maar dit werd door de rechtbank niet aannemelijk geacht.
Daarnaast werd verdachte betrapt op rijden onder invloed met een ademalcoholgehalte van 610 microgram per liter, ruim boven de wettelijke limiet. Verdachte bekende dit feit. De rechtbank achtte beide feiten wettig en overtuigend bewezen.
De rechtbank hield rekening met het strafblad van verdachte, waarin eerdere geweldsveroordelingen in België stonden, en de ernst van het feit, vooral het overlijden van het slachtoffer en het leed van de nabestaanden. De rechtbank legde een gevangenisstraf van één jaar op, zonder voorwaardelijk deel, en veroordeelde verdachte tot schadevergoeding aan de benadeelde partij van €8.990,19 plus wettelijke rente.