Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van17 maart 2016
tot en met 29 april 2016te Breda
en/of Roosendaal, in elk geval (telkens) in Nederland,tezamen en in vereniging met een
of meerander
en, althans alleen, (telkens)opzettelijk
(een)als echt
(e
)en onvervalst
(e
)bankbiljet
(ten
)heeft uitgegeven
(een
) (hoeveelheid
)eurobankbiljetten
dat/die verdachte en/of zijn medeverdachte(n) zelf heeft/hebben nagemaakt en/of vervalst ofwaarvan de valsheid of vervalsing verdachte en
/ofzijn medeverdachte
(n), toen
zijdat/die eurobankbiljet
(ten
)ontving
(en
), bekend was;
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte tot
- bepaalt dat een
- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf.