Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- de dagvaarding met producties;
- de conclusie van antwoord met producties;
- de conclusie van repliek tevens houdende akte tot wijziging van eis met producties;
- de conclusie van dupliek met producties;
- de akte van [eiser] .
2.Het geschil
3.De beoordeling
“Artikel 2.3.1.2 Exploitatie horecabedrijf1. Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.2. De burgemeester kan de vergunning als bedoeld in het eerste lid geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van het horecabedrijf.3. Bij de toepassing van de in het tweede lid genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin het horecabedrijf is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van het horecabedrijf en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van het horecabedrijf.(…)Artikel 6.5 Overgangsbepaling(…)5. Gebods- of verbodsbepalingen waarvoor een vergunning of ontheffing vereist is krachtens deze verordening (…) zijn niet van toepassing:(…)c voor wat betreft het bepaalde in artikel 2.3.1.2, eerste lid, zolang diegene die houder is van het horecabedrijf op het moment van inwerkingtreding van deze verordening, nog houder is.(…)”
a. het verstrekken van voedsel en/of dranken met het oogmerk dat deze ter plaatse worden genuttigd;
b. het exploiteren van zaalaccommodatie;
c. het verstrekken van nachtverblijf.
“(…)2. De burgemeester weigert de vergunning als bedoeld in het eerste lid indien de vestiging of de exploitatie van het horecabedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan.(…)”
“6.2. (…) De activiteiten van een discotheek bestaan in hoofdzaak uit het bieden van gelegenheid tot dansen. Deze activiteit wordt niet genoemd in artikel 1, aanhef en onder 25 van de planregels. Het op het perceel Mollekot 5 gevestigde bedrijf is dan ook geen binnen de voormalige bestemming “Horecavestigingen” passend horecabedrijf. Gelet hierop stond het voorheen geldende bestemmingsplan “Landelijk gebied” geen discotheek toe op het perceel [adres] .6.3. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient een beoordeling plaats te vinden van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de in het bestemmingsplan opgenomen bestemmingen. De raad heeft toegelicht dat geen beoordeling heeft plaatsgevonden van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van een discotheek op het perceel [adres] . Verder heeft de raad toegelicht dat de in de VNG-brochure “Bedrijven en milieuzonering” opgenomen richtafstanden ten aanzien van het perceel [adres] niet zijn betrokken bij de voorbereiding van het plan. Voorts heeft er geen afweging plaatsgevonden ten aanzien van het woon- en leefklimaat van de omwonenden van de op het perceel [adres] toegestane discotheek. Niet is gebleken van een eerdere afweging ten aanzien van deze aspecten van de aanvaardbaarheid van een discotheek op dit perceel. De Afdeling is gelet op het voorgaande van oordeel dat het bestreden besluit niet met de te betrachten zorgvuldigheid is voorbereid.”
€ 3.375,00