ECLI:NL:RBZWB:2016:4428
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- M.J.M. Klarenbeek
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot overlegging Nederlandse vertaling van Duitse processtukken in civiele procedure
In deze civiele bodemprocedure tussen Intrec B.V. en een gedaagde uit België heeft de kantonrechter geoordeeld over de taal van de processtukken. De gedaagde had stukken in het Duits ingediend zonder vertaling, wat door Intrec werd bestreden. De dagvaarding was in het Nederlands gesteld en de gedaagde had een Duitse vertaling daarvan ontvangen conform Europese verordening 1393/2007.
De kantonrechter benadrukte dat voor Nederlandse gerechten de procesvoering in de Nederlandse taal moet plaatsvinden, met uitzondering van het Fries in Friesland. Voor vreemde talen geldt geen uitzondering en dient een beëdigde vertaling te worden overgelegd. De gedaagde kreeg daarom de gelegenheid om alsnog een Nederlandse vertaling van zijn conclusies en akten door een beëdigde vertaler in te brengen.
Producties in vreemde talen hoeven niet per se vertaald te worden, tenzij de rechter dit noodzakelijk acht. In deze zaak achtte de rechter dat niet nodig was. De beslissing tot aanhouding van de zaak tot de vertaling is ingegaan om de belangen van beide partijen te waarborgen en de procedure correct te laten verlopen.
Uitkomst: De gedaagde krijgt gelegenheid een beëdigde Nederlandse vertaling van zijn Duitse processtukken in te dienen, waarna de zaak wordt voortgezet.