ECLI:NL:RBZWB:2016:3506
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling redelijkheid en billijkheid van artikel 12 CBW-voorwaarden in consumentenovereenkomst
In deze civiele procedure stond de vraag centraal of artikel 12 van Pro de CBW-voorwaarden onredelijk bezwarend is in de zin van de Richtlijn 93/13/EEG inzake oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. De kantonrechter heeft ambtshalve onderzocht of dit beding binnen de werking van de richtlijn valt en of het oneerlijk is. Brugman kreeg de gelegenheid zich hierover uit te laten en de gedaagde partij maakte een beroep op de richtlijn.
De rechter overwoog dat artikel 12 niet Pro oneerlijk is omdat het beding tot stand is gekomen in samenwerking met de Consumentenbond, wat impliceert dat rekening is gehouden met de belangen van de consument. De vergoeding van 30% van de aankoopsom bij annulering werd als redelijk beoordeeld, mede omdat dit een redelijke vergoeding voor geleden verlies en gederfde winst betreft, conform artikel 7:237 BW Pro.
De kantonrechter wees de vordering van Brugman tot betaling van €943 plus wettelijke rente en incassokosten toe. Het verweer van de gedaagde over te hoge aanmaningen werd verworpen omdat een correcte kosteloze aanmaning was verzonden. De gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De kantonrechter wijst de vordering van Brugman tot betaling van €943 plus rente en incassokosten toe en veroordeelt de gedaagde in de proceskosten.