Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan de onder 1 en 2 primair en subsidiair tenlastegelegde feiten.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 1 april 2011 overleden twee werknemers door zuurstoftekort in een tank op het terrein van een kunstmestfabrikant. Verdachte, een Duitse onderneming, werd vervolgd wegens het nalaten van adequate veiligheidsmaatregelen en het toestaan van het betreden van de tank ondanks gevaarlijke atmosfeer.
De rechtbank oordeelde dat verdachte niet expliciet of impliciet opdracht had gegeven tot het betreden van de tank en dat zij de gevaren van het gebruikte formeergas niet had genegeerd. Verdachte had veiligheidsinstructies gegeven, toolboxmeetings georganiseerd en een streng veiligheidsbeleid gehandhaafd.
Hoewel de slachtoffers zonder vergunning en zonder manwacht de tank betraden, was dit tegen de voorschriften in en niet te voorzien door verdachte. De rechtbank concludeerde dat de dood van de werknemers niet aan de schuld van verdachte te wijten was en sprak verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van schuld aan het dodelijk bedrijfsongeval.