Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 26 mei 2016 van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiseres1] te [plaats1] ,
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Goes, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
enverwijzen in dit kader naar de Flora- en faunawet (Ffw). Daarnaast stellen eisers dat een milieueffectrapportage dan wel een m.e.r.-beoordeling had moeten worden opgesteld. Evenmin is voldoende onderbouwd dat het aanleggen van het fietspad financieel en maatschappelijk uitvoerbaar is. Ook is sprake van een sociaal onveilige situatie, nu het fietspad niet wordt verlicht. Verder brengen eisers naar voren dat de noodzakelijkheid van het aanleggen van het fietspad onvoldoende is onderbouwd. Ook mogelijke alternatieven zijn onvoldoende onderzocht. Volgens eisers is onvoldoende onderbouwd waarom het college ervoor heeft gekozen het fietspad aan de noordelijke kant van de [naam dijk] , langs de golfbaan, aan te leggen in plaats van aan de zuidelijke kant. Eisers doen in dit kader een beroep op het vertrouwensbeginsel, nu zij met het college zijn overeengekomen dat het fietspad niet aan de noordelijke kant zou komen te liggen. Verder wijzen eisers op het recht van overpad, hun belang bij behoud van een vrije en veilige toegang tot het golfterrein en de droge sloot naast het fietspad, die geen doelmatige belemmering vormt voor betreding van de golfbaan door passanten. Ook is onvoldoende aandacht besteed aan veiligheid van de fietsers en bromfietsers tegen afzwaaiende golfballen. Eisers
enverwijzen in dit kader naar het onderzoek van [naam ontwerper] . Tot slot verzoeken eisers om een proceskostenvergoeding.
inaan de aanvraag hoeft te worden toegevoegd.
Beslissing
- verklaart het beroep, voor zover ingesteld door [naam eiser2] , [naam eiser3] en [naam eiser4] , niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep, voor zover ingesteld door [naam eiser1] en [naam eiseres1] , ongegrond.