Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- de klaagschriften, die - ondertekend door of namens klager - tijdig zijn ingediend ter griffie van het op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering bevoegde gerecht;
- de kennisgevingen inbeslagneming;
- de schriftelijke conclusie van het OM op het klaagschrift van 1 maart 2016;
- het proces-verbaal van het onderzoek door de raadkamer van 17 maart 2016, waaruit blijkt dat de officier van justitie, mr. E.J.A. Melssen-Westphal, en mr. J.W. Soeteman als gemachtigd raadsman van klager zijn gehoord.
2.De beoordeling
3.De beslissing
mr. Fleskens, rechter, in tegenwoordigheid van Van der Gaag, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 maart 2016.
beroep in cassatieworden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering)