Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- de op 16 februari 2016 uitgebrachte dagvaarding met 14 producties;
- de aanvullende productie 15 van IMK;
- de akte houdende een productie van Werkplein en ISD Brabantse Wal;
- de incidentele conclusie tot tussenkomst c.q. voeging van FBA;
- de producties 1 tot en met 4 van FBA;
- de mondelinge behandeling ter zitting van 11 maart 2016;
- de pleitnota’s van IMK in het incident en in de hoofdzaak;
- de pleitnota’s van FBA in het incident en in de hoofdzaak;
- de pleitnota van Werkplein en ISD Brabantse Wal.
2.De feiten
Vanwege het specialistische karakter en de omvang van de Bbz- Ioaz- populatie hebben de ISD Brabantse Wal en de Gemeente Roosendaal al een aantal jaren geleden besloten om de Bbz- loaz-uitvoering uit te besteden. De uitbestede uitvoering bij deze twee organisaties had betrekking op:
De keuze voor het niet opdelen van de opdracht in percelen en het aangaan van een raamovereenkomst is gemaakt in verband met de voordelen van het hebben van één aanspreekpunt, standaardisatie van de in te zetten producten/diensten en het bereiken van efficiency in het operationele inkoopproces. Verder komt het tegenwoordig steeds vaker voor dat zelfstandigen hun werkzaamheden niet (langer) beperken tot slechts één vestigingslocatie/gemeente. Vanwege de schaalvergroting krijgt de zelfstandige bij zijn/haar bedrijfsvoering in dat geval te maken met regelgeving van verschillende locale overheden en/of uitvoeringsorganisaties. Voor een klantvriendelijke, adequate, effectieve en efficiënte uitvoering van de Bbz-loaz-regeling is het dan in het belang van die zelfstandigen om de uitvoering van deze regelingen neer te leggen bij een
De Aanbestedende dienst behoudt zich het recht voor om tot het moment van ondertekening van de beoogde overeenkomst de aanbestedingsprocedure tijdelijk of definitief te stoppen zonder dat de Aanbestedende dienst voor schade, kosten of nakoming kan worden aangesproken. Tevens heeft de Aanbestedende dienst geen verplichting tot gunning. Door het doen van een inschrijving verklaart de inschrijver zich akkoord met het voorbehoud en het daaromtrent gestelde. Indien de inschrijver gedurende de aanbestedingsprocedure aangeeft dat hij zijn voor de aanbesteding relevante bedrijfsactiviteiten staakt, dan is de Aanbestedende dienst gerechtigd de procedure voor de desbetreffende inschrijver definitief te stoppen en de inschrijving terzijde te leggen.’
Met betrekking tot het aspect van “de samenstelling van de relevante markt en de invloed van de samenvoeging op de toegang tot de opdracht voor voldoende bedrijven uit het MKB”, is de Commissie op basis van de door partijen overgelegde stukken het volgende gebleken. Beklaagde heeft in de Nota van Inlichtingen van 10 november 2015, in antwoord op de haar gestelde vragen, onder andere gesteld dat zij acht heeft geslagen op de samenstelling van de relevante markt. De Commissie leest echter noch in die antwoorden noch in de reactie van beklaagde enige aanduiding van die relevante markt en ook evenmin een opmerking over de invloed van de samenvoeging op de toegang voor het MKB. Het kan zijn dat beklaagde, zoals zij stelt, weliswaar rekening heeft gehouden met het eerste aspect, maar De Commissie is van oordeel dat de inhoud van de verstrekte motivering - hoe kort ook - daar expliciet blijk van zal moeten geven zodat marktpartijen kennis kunnen nemen van de door beklaagde in dat verband gemaakte afwegingen.’
Echter, naar aanleiding van deze aanbestedingsprocedure is er door twee gegadigden een klacht ingediend bij de Commissie van Aanbestedingsexperts. Beide klachten zijn inmiddels door de Commissie gegrond verklaard; zie voor de klachten en de beoordeling ervan door de Commissie de adviezen 303 en 317, welke als bijlage bij deze brief zijn gevoegd.
Naar aanleiding van de Europese openbare aanbesteding “uitvoering wetgeving Bbz en Ioaz” ten behoeve van de ISD Brabantse Wal en Werkplein Hart van West-Brabant met kenmerk dCI-000085 hebben wij u op 28 januari jl. bericht dat de Aanbestedende dienst heeft besloten om de aanbestedingsprocedure definitief te staken en de opdracht niet te gunnen. Binnen de in dit bericht opgenomen termijn van 20 kalenderdagen heeft één inschrijver formeel bezwaar aangetekend tegen deze beslissing en aangegeven een kort geding aanhangig te maken tegen deze voorgenomen beslissing tot het definitief staken van de aanbesteding. Wegens de ontvangst van dit formele bezwaar en de daaruit voortkomende opschortende werking zal de bezwaartermijn inzake voornoemde