ECLI:NL:RBZWB:2015:9020
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Van Dijke
- Rechtspraak.nl
Ontslagvergoeding woningcorporatiebestuurder na beëindiging arbeidsovereenkomst
De kantonrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde een geschil over de omvang van de ontslagvergoeding van een directeur-bestuurder van een woningcorporatie. De arbeidsovereenkomst werd per 1 april 2015 beëindigd door de werkgever, waarna de bestuurder aanspraak maakte op een contractueel overeengekomen vergoeding van €589.604, berekend volgens de kantonrechtersformule met factor 2.
De werkgever verweerde zich met een beroep op de Wet Normering Topinkomens (WNT), die een maximale beëindigingsvergoeding van €75.000 voorschrijft. Daarnaast stelde zij dat de vergoeding niet verschuldigd was vanwege het ontbreken van een onregelmatige beëindiging en dat de Raad van Commissarissen (RvC) de vergoeding eenzijdig had gewijzigd. De kantonrechter oordeelde dat de arbeidsovereenkomst en de vergoeding onder de overgangsbepalingen van de WNT vielen, waardoor de hogere vergoeding rechtsgeldig was overeengekomen.
De kantonrechter verwierp het beroep op onvoorziene omstandigheden en onaanvaardbaarheid op grond van redelijkheid en billijkheid. Wel werd het reeds betaalde bedrag van €75.000 in mindering gebracht, zodat een bedrag van €514.604 werd toegewezen. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van dit bedrag vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: De werkgever is veroordeeld tot betaling van €514.604 ontslagvergoeding plus wettelijke rente en proceskosten.