ECLI:NL:RBZWB:2015:9012
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid ABP in vordering tot terugbetaling te veel ontvangen invaliditeitspensioen
De Stichting Pensioenfonds ABP vordert van [gedaagde] betaling van €15.428,91 wegens te veel ontvangen invaliditeitspensioen (IP) in de periode van 22 februari 2007 tot 1 april 2010. [gedaagde] voert verweer en betwist de ontvankelijkheid van ABP, stellende dat het geschil reeds door de kantonrechter is beslecht, en vordert in voorwaardelijke reconventie een bedrag van €860,00 terug.
De rechtbank stelt vast dat het beginsel ne bis in idem in civiel recht niet geldt, maar toetst of er sprake is van schending van artikel 236 Rv Pro over gezag van gewijsde. Het eerdere vonnis van 23 april 2014 verklaarde ABP niet-ontvankelijk wegens procedurele tekortkomingen, zonder inhoudelijk op de vordering in te gaan. Hierdoor staat herhaalde vordering niet in strijd met gezag van gewijsde.
De rechtbank verklaart ABP ontvankelijk en wijst het verzoek van [gedaagde] tot tussentijds hoger beroep toe op grond van proceseconomische overwegingen, om verdere procedurele handelingen te voorkomen die mogelijk onnodig blijken. De inhoudelijke beoordeling van de vorderingen wordt aangehouden totdat het hoger beroep is behandeld.
Uitkomst: ABP is ontvankelijk verklaard in haar vordering en tussentijds hoger beroep is toegestaan.