ECLI:NL:RBZWB:2015:8815
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Wouters
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijke machtiging voor zelfstandig verblijf licht verstandelijk beperkte persoon
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 10 juni 2015 een verzoek van de officier van justitie behandeld tot het verlenen van een voorwaardelijke machtiging op grond van artikel 14a van de Wet Bopz voor een licht verstandelijk beperkte man die tot dan toe verbleef in een zwakzinnigeninrichting.
Betrokkene is een man met een stoornis in impulscontrole die na langdurige behandeling voldoende zelfredzaam is geworden om zelfstandig te wonen, mits hij onder begeleiding en toezicht staat. De rechtbank erkent dat de wetgever in artikel 14a van de Wet Bopz voorwaardelijke machtigingen niet voorziet voor personen die zijn aangewezen op verblijf in een zwakzinnigeninrichting, maar acht in dit bijzondere geval een uitzondering op deze regel gerechtvaardigd.
De rechtbank stelt voorwaarden vast waaronder betrokkene zelfstandig kan wonen, zoals begeleiding door het Fact team, dagbesteding, beheer van financiën en het verbod op harddrugsgebruik. Indien betrokkene de voorwaarden niet naleeft, kan hij worden opgenomen in een zwakzinnigeninrichting. De rechtbank concludeert dat het verlenen van de machtiging in het belang is van betrokkene en het gevaar dat zijn stoornis veroorzaakt buiten de instelling kan worden afgewend.
De machtiging wordt verleend voor de periode van 10 juni 2015 tot en met 10 december 2015, met de verplichting tot behandeling volgens het behandelplan. De uitspraak is openbaar gedaan door rechter Wouters, in aanwezigheid van griffier M. Aygun.
Uitkomst: De rechtbank verleent een voorwaardelijke machtiging voor zelfstandig verblijf onder voorwaarden aan betrokkene.