Eiseres vordert schadevergoeding van gedaagde wegens ontuchtige handelingen die hij in 2010 met haar pleegde toen zij 13 jaar was. Gedaagde is strafrechtelijk veroordeeld voor deze handelingen, die onherroepelijk vaststaan. Eiseres stelt dat zij daardoor psychisch en lichamelijk letsel heeft opgelopen, studievertraging heeft geleden en dat haar moeder kosten heeft gemaakt voor begeleiding.
De rechtbank oordeelt dat het strafrechtelijk vonnis dwingend bewijs levert voor de onrechtmatigheid van het handelen van gedaagde. Het verweer dat de handelingen vrijwillig waren, faalt omdat de wet minderjarigen beschermt en toestemming civielrechtelijk niet tot rechtvaardiging leidt. De aansprakelijkheid van gedaagde voor de schade is daarmee vastgesteld.
De rechtbank beoordeelt vervolgens de verschillende schadeposten. Smartengeld wordt vastgesteld op €1.000,- vanwege de aard en omstandigheden van het misbruik. Medische kosten voor psychologische behandeling worden deels toegewezen (€305,-), reiskosten deels (€406,40), verblijf in het ziekenhuis (€252,-) en studievertraging (€16.000,-) worden erkend. De kosten van de moeder voor begeleiding worden gematigd toegewezen op €1.000,-. De gevorderde buitengerechtelijke kosten worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Uiteindelijk veroordeelt de rechtbank gedaagde tot betaling van €18.761,40 aan schadevergoeding, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 31 mei 2010, en tot betaling van proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.