ECLI:NL:RBZWB:2015:8722
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen intrekking bijstandsuitkering wegens niet gemeld onroerend goed
Eiser stelde beroep in tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Tilburg tot intrekking van zijn bijstandsuitkering en bijzondere bijstand, en de terugvordering van ten onrechte ontvangen uitkeringen. Het college had vastgesteld dat eiser sinds 4 augustus 2010 eigenaar was van een perceel grond in Turkije, wat niet was gemeld en waardoor de vermogensgrens werd overschreden.
De rechtbank overwoog dat het college terecht een onderzoek instelde op grond van de algemene onderzoeksbevoegdheid, zonder dat een vermoeden van fraude vereist is. De taxatiewaarde van het onroerend goed werd vastgesteld op 360.000 Turkse lira, wat ruim boven de vermogensgrens lag. Eiser kon niet aannemelijk maken dat hij niet vrijelijk over het vermogen kon beschikken, ondanks zijn stelling dat het was bestemd voor een niertransplantatie van zijn echtgenote.
De rechtbank oordeelde dat eiser de inlichtingenplicht heeft geschonden en dat het college daarom terecht de bijstand heeft ingetrokken en de kosten heeft teruggevorderd. De terugvordering stond in redelijke verhouding tot de overschrijding van de vermogensgrens. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de bijstandsuitkering en terugvordering is ongegrond verklaard.