Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[gedaagde sub 2],
1.De procedure
- de dagvaarding met 12 producties;
- de conclusie van antwoord met een productie;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek;
- akte na conclusie van dupliek van de zijde van de gemeente;
- antwoordakte van de zijde van [gedaagden]
2.De feiten
3.Het geschil
Doldrums heeft zich ook nimmer gepresenteerd als vertegenwoordiger van [gedaagden] dan wel Overvliet. De gemeente heeft zich bovendien richting Doldrums niet ondubbelzinnig op stuiting van de verjaring beroepen.
betwist voorts dat zij en/of Overvliet de aansprakelijkheid voor de schade hebben erkend.
Het beroep van [gedaagden] op verjaring is dan ook niet in strijd met de redelijkheid en billijkheid.
4.De beoordeling
De omstandigheid dat het voor de gemeente van meet af aan duidelijk was dat [gedaagden] aansprakelijk zijn voor de schade, heeft niet tot gevolg dat haar rechtsvordering niet kan verjaren en rechtvaardigt een beroep op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid niet. Dat beroep wordt dan ook verworpen.
- griffierecht: € 1.892,-
- salaris advocaat: