Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
€ 904,00( 2 punten x tarief II)
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Partijen zijn buren met twee prunusbomen die sinds circa 1973 binnen twee meter van de erfgrens staan. Door verjaring is een erfdienstbaarheid ontstaan ten behoeve van het perceel van eiseres om deze bomen te handhaven.
Gedaagde heeft in 2013 en 2014 snoeiwerkzaamheden uitgevoerd aan overhangende takken van deze bomen, deels met toestemming van eiseres en deels na aanmaning. Eiseres vordert onder meer een verklaring voor recht van de erfdienstbaarheid, schadevergoeding wegens vermeende beschadiging van de bomen, een snoeiverbod en medewerking aan vestiging van een erfdienstbaarheid voor vervangende bomen.
De rechtbank oordeelt dat gedaagde, ook als niet-eigenaar maar met toestemming van de eigenaar, een beroep kan doen op artikel 5:44 BW Pro om overhangende takken te snoeien. Er is geen sprake van misbruik van recht en de snoeiwerkzaamheden zijn beperkt gebleven tot de erfgrens zonder onevenredige schade. De gevorderde schadevergoeding en snoeiverbod worden afgewezen. De verklaring voor recht van de erfdienstbaarheid wordt toegewezen, maar medewerking aan vestiging van een erfdienstbaarheid voor vervangende bomen wordt afgewezen omdat dit een nieuwe verjaringstermijn zou doen aanbreken.
Uitkomst: Erfdienstbaarheid tot handhaving van prunusbomen wordt bevestigd, overige vorderingen afgewezen.