ECLI:NL:RBZWB:2015:8502
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering onverschuldigde bezoldiging na stopzetting doorbetaling ambtenaar
Eiseres, werkzaam bij de Dienst Justitiële Inrichtingen en gedeeltelijk arbeidsongeschikt sinds december 2010, kreeg per 1 mei 2013 de doorbetaling van haar bezoldiging stopgezet wegens onvoldoende medewerking aan re-integratie. Dit besluit werd later verwerkt in het salarissysteem, waardoor zij onterecht nog bezoldiging ontving tot haar ontslag op 19 augustus 2013.
De minister vorderde op grond van de Ambtenarenwet het bedrag van €3.045,42 terug als onverschuldigde betaling. Eiseres voerde aan dat er geen sprake was van onverschuldigde betaling en dat zij niet had kunnen weten dat zij geen recht had op de doorbetaling.
De rechtbank stelde vast dat de minister in redelijkheid het bedrag kon terugvorderen, mede gelet op een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep die de stopzetting van de bezoldiging per 1 mei 2013 bevestigde. Eiseres bracht geen omstandigheden aan die het terugvorderingsrecht van de minister konden beperken.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij een proceskostenveroordeling af. De uitspraak bevestigt dat de minister bevoegd was om de onverschuldigde bezoldiging over de periode van 1 mei tot 19 augustus 2013 terug te vorderen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de minister bevoegd was het bedrag van €3.045,42 terug te vorderen.