ECLI:NL:RBZWB:2015:8331
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vaststelling dagloon UWV voor WW-uitkering
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin zijn dagloon voor de WW-uitkering werd vastgesteld op een lager bedrag dan eerder bij de Ziektewet-uitkering was gehanteerd. De rechtbank heeft vastgesteld dat het UWV aanvankelijk een onjuiste referteperiode gebruikte bij de berekening van het dagloon, wat leidde tot een te hoog vastgesteld dagloon van €169,24.
Na correctie van het kalenderjaar en toepassing van de juiste referteperiode heeft het UWV het dagloon herberekend op €80,31, maar vanwege het bezwaar van eiser is het dagloon van €82,96 gehandhaafd. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd waarom deze berekening onjuist zou zijn.
De rechtbank concludeert dat het UWV het dagloon conform de wettelijke bepalingen heeft berekend en toegelicht. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen het door het UWV vastgestelde dagloon voor de WW-uitkering wordt ongegrond verklaard.